De volgende graag (En? Hoe was het bij de psycholoog II)

Mijn agenda puilt uit, het is weer zo’n dag. Ik heb amper de tijd om het door mijn man met zorg gesmeerde broodje weg te lunchen. Het is verdomme al drie uur en de kaas op het meergranenbroodje zweet het zakje uit. Ik weet nu al dat het daar belandt waar het niet hoort, in de prullenbak onder mijn bureau. Ok, nog één cliënt te gaan.

(Ik ben trouwens gek op mijn prullenbak, gevonden op een website eindigend op .com, maar onmiskenbaar Scandinavisch. En de stoel. Die is fantástisch. Niet de stoel waar ik op zit maar de stoel voor mijn cliënten. Hebben mijn collega’s allemaal een sofa staan ‘omdat dat nou eenmaal zo hoort’, ik koos doordacht voor een fauteuil met hoge rug.)

‘Daar ben je, kom erin!’ Een vrouw van midden-veertig, vorige week op sneakers maar nu op hakken, loopt mijn smaakvol ingerichte kamer in en grist een tissue uit de box voor ze gaat zitten. Wedden dat ze het papiertje gaat gebruiken waarvoor het is bedoeld is? Zoals gewoonlijk bied ik thee aan. De verlangde espresso raad ik af. Cafeïne is zo slecht.

Thee is warm en geruststellend, bij thee denk ik aan ‘fijn’. Maar die gedachte deelt ze niet en ik schenk water met wat bubbeltjes. Ze neemt een slok en houdt het glas bewonderend omhoog. ‘Fins toch? Mooi!’ De lippenstift die nu het randje siert en de nonsens die ze praat zijn een ergernis. Alessi is Italiááns design en ik zie af van een reactie.

Genoeg geneuzel, we gaan van start. ‘En? Heb je vorderingen gemaakt? Hoe was je week?’

Ik vraag het voor de vijfde keer vandaag, mijn hoofd iets schuin en mijn stem zacht. Ze vertelt over drempels en gedachtes, falen en valkuilen. Het valt ook allemaal niet mee. Dat ik kan helpen maakt me blij, ik heb een mooi beroep.

Ik geef haar tips, let op haar lichaamstaal en even zijn we los van oogcontact. De frustratie is te lezen en het antwoord op de vraag die ik niet stel, heeft ze net, woordeloos, gegeven. ‘We zitten pas in sessie drie. Geef het tijd, het moet nog landen.’ Ik zie haar ontspannen na mijn geruststellende woorden.

Met een blik op de klok, tactisch op de achterwand, vraag ik of de dinsdag schikt. ‘We komen er wel,’ zeg ik. Ze knikt. We hebben nog even te gaan. ’Je leest toch graag?’ Een notitie met wat leesvoer geef ik mee voor volgende week en wens haar sterkte en succes.

Nog even draait ze zich om en veegt met de tissue de lippenstift van mijn dure glas. ‘Bedankt hoor!’ zegt ze voor ze gaat. Ik heb een weddenschap verloren.

Reacties zijn superleuk! Laat je me weten wat je ervan vindt?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: