Uit volle borst (I)

Ik kan van alles, maar zingen hoort daar niet bij. Neuriën, dat kan nog net in gezelschap maar uit volle borst (mee) zingen is een bezigheid die ik alleen uitvoer tijdens een solistische autorit. Nou ja, uit volle borst…

Ik heb mijn zinnen gezet op een borstvergroting. Snijden in een gezond lijf. Dat lijkt misschien absurd maar ik ben niet over een nacht ijs gegaan. Sinds ik uitgegroeid ben ga ik over ijs. Wikkend en wegend, wel of niet. Jarenlang was het onveilig, kans op complicaties, lekkende implantaten aan de ene kant en kleding die aan alle kanten past, mezelf vrouwelijker voelen, én geen gêne, aan de andere kant. Zo. Het hoge woord is eruit.

‘Wat eten we vanaaf, mam?’ De Beginnende Snor heeft trek. ‘Jemig, wat een berg!’
‘We eten vanavond kip. Heel veel kip,’ zeg ik, zonder op te kijken. Met precisie maak ik blokjes van een kilo kipfilet, ik heb twee boterhamzakjes klaargelegd. Een kilo kipfilet lijkt inderdaad wat veel voor een volwassene, een puber die niet van kip houdt en een kind dat na vijf happen vraagt of ‘ie van tafel mag en ondertussen gebiologeerd naar zijn mobieltje kijkt, en zich op straffe van gebruik tijdens het eten vergewist van sociaal isolement voor de duur van een avond.
‘Zoveel? Maak je voor de hele week of zo?’ vraagt De Snor van dertien.
‘Nee, ik probeer straks even iets uit,’ zeg ik, en stop de beide boterhamzakjes vol met, pak ‘m beet, ieder 300 gram aan kipblokjes. Dat moet genoeg zijn. Waarschijnlijk denkt hij dat ik aan een nieuwe kookrage begin want hij wenst me succes met ‘whathever ik aan het doen ben’. Ik krijg een kus en tel die zegening. De oogappel verdwijnt naar zolder, zijn pubercave. Onderaan de trap roep ik nog even vlug naar boven ‘Wat ben je eigenlijk? Een borsten- of een billenman?’ Vooralsnog krijg ik geen antwoord en waarschijnlijk kijkt hij bedenkelijk.

Enfin. Even heb ik het rijk alleen. Ik knoop de boterhamzakjes dicht en plet vakkundig de blokjes in vorm. Ik houd ze ook even tussen mijn handen want ze zijn ijskoud. En dan hup, shirt omhoog en stop de zakjes in mijn bh, ruimte zat. Hiaten vullen. Het blijft koud en het moet even voegen maar dan heb je ook wat. Of ik, beter gezegd. Weg erwtjes op een plankje. Met een grote grijns kijk ik naar mijn spiegelbeeld in het ruitje van de oven. Dit begint ergens op te lijken. Eindelijk. Een boezem, een voorgevel, tieten. Borsten van, in mijn ogen, een normaal formaat.

Goed spul, die kipblokjes. Maar koud. IJs- en ijskoud. Ik besluit ze even te laten zitten en af te wachten hoe de kinderschare in huis erop reageert. Als ik dit doorzet moet ik ze ergens op voorbereiden. Een moeder met borsten. Ondertussen heb ik behoefte aan feedback. Ik maak een foto van mijn torso en stuur ‘m met dichtgeknepen billen in kleine kring rond met het onderschrift ‘ik ga het doen, wat vinden we ervan?’. Gek genoeg is er niemand die zegt dat ik niet goed bij mijn hoofd ben, stuk voor stuk (m/v) zeggen ze dat ze het snappen. Dat doet me goed en verbaast me enigszins. Geen weerwoord. Nu mijn jongens nog, die allebei de op een leeftijd zijn dat borsten, niet zijnde die van hun moeder, rete-interessant worden. De Lief-op-afstand reageert politiek verantwoord met gepast enthousiasme zoals dat hoort binnen een relatie: natuurlijk vindt hij me mooi zoals ik ben, maar als ik er gelukkiger van word dan heb ik zijn zegen. Of hij wel mee mag naar het intakegesprek, waar ik een idee krijg van hoe het eruit komt te zien? En of hij ook inspraak heeft? Ondertussen heb ik schik: over die laatste vraag: we’ll see. Maar mee? Natuurlijk, wel zo gezellig.

Reacties zijn superleuk! Laat je me weten wat je ervan vindt?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: