Mannen die de touwtjes in handen hebben

Meestal typeer ik mezelf als groot en sterk. Dat is makkelijk te verantwoorden want met mijn 1,78m ben ik, als je de gemiddelde lengte van de Nederlandse vrouw (1,69m) in ogenschouw neemt, geen kleintje. Als je daarbij optelt dat ik met armpje drukken nog steeds met links weet te winnen van Macho I (kijk eens naar mijn sixpack, mam) en II (ik heb geen sixpack maar ik vouw Macho I zo dubbel), dan lieg ik niks. Bij groot en sterk horen woorden als verantwoordelijkheid tonen en beslissingen nemen. Het pad uitzetten en regelen. Die dingen doe ik het liefst alleen. De touwtjes in handen, zo heb ik het graag. Niet altijd Go with the flow, want zeg nou zelf; is tegen de stroming inzwemmen niet veel heroïscher? Op zijn tijd een vesting nemen of een draak temmen, dat zijn zaken die beklijven. Only dead fish go with the flow.

Maar af en toe komt er iets of iemand op mijn pad en denk ik Heerlijk, even niet. Geen geregel, geen controle. Even niet groot en sterk zijn, geef de touwtjes uit handen. Zoals vanmiddag.

’s Ochtends dronk ik koffie nummer drie en streek  over mijn gezicht, peinzend over een zin die niet helemaal lekker liep. Tot mijn ontzetting kwam ik een haar tegen. Mijn vinger streek over een zo’n stugge, te lange haar waarbij je na het ontdekken ervan meteen in gedachten de agenda nagaat en je afvraagt wie hem de afgelopen dagen gespot zou kunnen hebben. Ja dames, zo’n haar. Een die me terug deed denken aan een bezoek aan de kinderboerderij. Ik was een jaar of zes en mocht een hangbuikzwijntje aaien. Er was een discrepantie tussen het uiterlijk van het varkentje en de stugheid van zijn vacht. Aaibaar? Niks aaibaar. Een zacht snuitje en aandoenlijke, kleine knijpoogjes maar een vacht om van te grillen. Zoiets maakt blijkbaar indruk op een kind.

Nou wil ik het idyllische beeld niet verstoren dat een enkele lezer misschien heeft maar ik grossier in donsjes op mijn gezicht. Geen probleem: zonnetje erop en mijn aaibaarheidsfactor schiet omhoog. Maar die ene haar, hangbuikzwijntjes-lang-en-hard, zat me dwars. Ik besloot tot uitroeiing van alle donsjes. Met wortel en tak. 

Nog geen half uur later zat ik tandenknarsend in een kappersstoel. Eenmaal in de stoel boog hij zich voorover, met het ene end van het touwtje in zijn mond en de rest ervan op een of ander manier gedraaid en in zijn bekwame ontharingshanden. Zelf heeft hij wenkbrauwen waar die van mij drie keer in passen en armen waar in mijn optiek ook wel een touwtje overheen had gemogen. Maar goed, hij is een man. Een Turkse man, en vast trots op zijn behaarde armen.

Ik dreunde de mantra op Wie mooi wil zijn moet pijn lijden en dacht ondertussen aan die andere: Laat los. Hij heeft de touwtjes in handen en ik kan geen kant op. Ondanks mijn stuurdrift zijn er genoeg situaties te bedenken waarbij ik, vaak met liefde, de touwtjes voor even uit handen geef maar dit was even doorbijten. Sterk zijn en niet piepen. Deze exercitie was een aanrader van een vriendin. Een aanrader.  Tranen schoten in mijn ogen. Wat deed dit alle-jezus zeer.

Met de snelheid van een Black & Decker grasmaaier toverde hij met zijn threading-techniek mijn wenkbrauwen Instagram-waardig en mijn wangen babyhuidjes zacht. Weg dons en toch die aaibaarheidsfactor omhoog. En dat zonder zonnetje.

Gezien het resultaat beloofde ik mijn onthaarguru een herhaling van mijn bezoek. Maar voorlopig houd ik de touwtjes graag weer even zelf in handen.    

  1 comment for “Mannen die de touwtjes in handen hebben

  1. 28 november 2017 at 13:26

    En dat zijn nog maar de wenkbrauwen. 😉 … Ik heb een tattoo… maar volgens mij doet dat minder zeer dan waxen..brrr… Dan maar geen touwtjes. 🙂
    Mooi geschreven.

Reacties zijn superleuk! Laat je me weten wat je ervan vindt?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: