Hurk en pluk

Ik zit op mijn hurken en pluk een beetje het onkruid weg tussen de authentieke klinkertjes in mijn achtertuin. Fluitend. Nu wel.

De bestrating die aanvankelijk geweldig oogde bij de winterse aankoop van dit huis, deed mij, nu het afwisselend regent en dertig graden broeit, de afgelopen weken verlangen naar veertig vierkante meters asfalt of een appartement, uitkijkend op benedenburen met tuintjes en een onkruidprobleem.

Gelukkig kon ik terugvallen op een netwerk: ik kocht op collectief aanraden van hen die wel groene vingers hebben en verstand van onkruid-eliminatie tot zeker 3 meter onder NAP, het volgende:

Ettelijke flessen natuurazijn: vooral niet zuinig mee omgaan was het devies. Ik liet mijn moordneigingen de vrije loop en goot de eerste drie flessen over het onkruid tussen mijn knusse steentjes (handgevormd en van waalformaat). Dat ik het goedje beter had kunnen verdunnen hoorde ik nadat het kwaad al was geschied. Met die actie verbande ik mezelf, hond en twee kijkbuiskinders voor de daaropvolgende vierentwintig uur naar binnen omdat de lucht ervan niet te harden was. Dat moest anders kunnen, dacht ik.

Geheel zelfredzaam (want dat ben ik) en niet uit het veld geslagen door een dag oponthoud, schafte ik, aangemoedigd na het zien van een ‘Hé Mike-Hé Jim’ -reclame, ’s ochtends om 09.00u bij de plaatselijke Action een Let’s destruct some weed-stick aan. Een vlammenwerper die volgens de verpakking zijn weerga niet kent en je in no-time van je groene vijanden afhelpt. Bijkomend voordeel volgens Jim: je krijgt het er niet van in je rug en je hoeft ook niet in hurkzit (dat laatste deed mij dan weer sterk denken aan een tussenstop richting de Franse Zuidkust, waardoor ik in eerste instantie vol weemoed verder plukte). Tot zover de verlichtende tekst op de verpakking.

Tijdens het uitproberen van dit Kill & Attack systeem met hoog Don’t try this at home-gehalte, vlogen de puberts van zolder de tuin in. Dit was blijkbaar nog beter dan GTA-5. Met een monter ‘Mam, laat mij maar even, ik heb mijn zakgeld nog niet verdiend’, trok de Uber-Puber het apparaat uit mijn handen met een blik die mij deed denken aan een film die ik ooit zag en de naam ‘End of the world’ droeg.

Even overwoog ik om de camera aan te zetten en ons zo onsterfelijk te maken op Youtube, maar om het huis (1937, het staat al zo’n tijd) en de hele inboedel inclusief Puber-in-wording-2-met-eerste-pukkel, mezelf en hond in vlammen op te laten gaan, dat ging me iets te ver.

En dat was het moment dat de ratio het won van mijn gevoel: het is groen en het staat in de weg. Hoe erg kan het zijn? Ga ik daar mijn bloedjes van kinderen voor opofferen, mijn hond, mijn huis? Ik heb er zo mijn best op gedaan en ze zijn zo goed gelukt, de jongens dan. Nee dus.

In dit geval was er slechts één oplossing: Omdenken. En vanaf dat moment werd onkruid wieden een weldaad, zowel voor lijf als geest.

Het verstand op nul, en de blik op de voegen tussen de steentjes en nu zonder binnensmonds gevloek, leverde mij ineens heel wat op; een leeg hoofd en ruimte voor creativiteit bijvoorbeeld. Want nu ik erover nadenk schrijf ik sindsdien de meeste van mijn stukjes gehurkt en plukkend. Dat tikken komt dan later wel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Post navigation

Reacties zijn superleuk! Laat je me weten wat je ervan vindt?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: