Eind goed, al goed

Wel beschouwd zijn we nooit echt maatjes geweest, jij en ik. Ik ken je sinds ik een jaar of vier was. Waarschijnlijk heeft mijn moeder je geïntroduceerd, maar nu ik erover nadenk zal het juf Mieke wel geweest zijn. Die was namelijk een groot fan van jou. Hoe je ook je best deed, en de rest van de klas in een sliert achter je kont aan liep, ik bleef je ontlopen en moest niks van je hebben.

Na de lagere school ben ik je jarenlang uit het oog verloren. Ik heb je niet gemist, heb zelfs niet eventjes aan je gedacht. Af en toe, zo één keer per jaar, zag ik je op het journaal maar ook dat deed me niets.

Het is niet zo dat ik mijn best niet heb gedaan, dat wil ik je wel even meegeven. Zo rond m’n dertigste heb ik het een keer geprobeerd. Wat, twee keer zelfs, op aandringen vàn. Je moet het een keer meemaken, je zal zien dat je verkocht bent, zeiden ze. Voor die eerste echte keer met jou was ik bloednerveus. Ik heb zelfs speciaal iets voor je aangetrokken. Uren was ik de weer met hoe ik eruit zag, en terwijl ik me afvroeg wat je ervan zou vinden, brak het klamme zweet me uit.

Die eerste keer werd een fiasco. Voor mij dan, jij vond het geweldig. Het jaar daarop probeerde ik het nog een keer, al was het maar om er zeker van te zijn dat het nooit iets zou worden tussen ons. Ik kreeg gelijk en gaf het op. Nooit meer zou ik me speciaal voor jou aankleden en nooit meer zou ik me bezatten om me een beetje bij jou op m’n gemak te voelen. Tot afgelopen weekend.

Niet geheel bij toeval, kwamen we elkaar dan toch weer tegen. Jij was druk, lawaaierig en in vol ornaat. En ik, met lichte gêne, had me toch een beetje aangepast aan jou. Niks geks: (nou ja) een muts en sjaal met groen-oranje strepen. Serpentines vond ik onderweg en sloeg ik nog even haastig om mijn nek.

En hoe het kwam, geen idee. We zagen elkaar maar even, een uurtje of twee was genoeg. Ik keek m’n ogen uit en je slokte me op. Met een waterig biertje in m’n hand, keek ik je aan en de vonk sloeg over. Toch nog.

Als het een beetje meezit maak ik het volgend jaar goed. Misschien niet meteen voor elk jaar dat ik aan me voorbij liet gaan. Je moet het wel even de tijd geven. M’n Lief adviseert me, als het zover is, iets aan te trekken dat ver van me af staat (want dat is het leukste, schijnt). In dat geval misschien even langs Roy Donders voor een huispak, of iets met een kekke tijgerprint. Z’n winkeltje weet ik hier in Tilburg inmiddels te vinden. En dan een worstenbroodje ‘bij’ van Theo Pasteur om het geheel te completeren.

Carnaval, als noorderling moet ik bekennen; gij zijt veul plézanter dan ik gedòcht het.

Reacties zijn superleuk! Laat je me weten wat je ervan vindt?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: